Parijs-Roubaix 2004

Al bijna 2 jaar stond deze beruchte klassieker gepland en 13 juni moest het uiteindelijk gebeuren. Elk even jaar wordt deze tocht voor keienvreters in Noord-Frankrijk georganiseerd.

Na het ATB seizoen stond de voorbereiding voor deze tocht op het programma. Om niets aan het toeval over te laten volgden we (Alexander Veerman en ikzelf) zelfs een keienclinic met de grootmeester Hennie Kuiper. De kilometers zaten intussen ook in de benen en het materiaal was geprepareerd om door ?de Hel van het Noorden? te fietsen. Ook kregen we deze keer 2 medestrijders mee, nl. Warner Post en onze Bike Totaal fietsspecialist Eric van Cleef. De wetenschap dat ook een fietsenmaker met ons meefietste bracht mijn gemoedrust nog verder op peil, want je zou maar pech krijgen.....

WTC ledenZaterdag opstappen in Nieuwegein in de bus van Le Champion om met nog 124 fietsers naar Compiene (net boven Parijs) af te reizen. De sfeer was goed en deze club weet inmiddels wat organiseren is dus je hoefde zelf vrijwel nergens aan te denken. Na het diner vroeg naar bed en om 03.30 uur de wekker (wie heeft dat bedacht?). Snel aankleden, insmeren, de voeding prepareren en tas inpakken. Om 04.00 uur ontbijt, voornamelijk pasta met kaas naar binnen werken, lekker op dit tijdstip! Om 04.45 uur vertek naar de start waar dan uiteindelijk het startstempel kunnen halen.

Het materiaal wat me de dag door moet helpen: Mijn celestegroene Bianchi, afgemonteerd met campagnolo, Mavic velgen 32 spaaks en 25 mm dikke banden. Verder in de gereedschaptas (kist!!): 1 buitenband, 6 binnenbanden, 10 plakkers, 2 bandenlichters, 1 tube solutie, spaaksleutel, inbus/schroevendraaierset, 3 spaken, 3 zware ty-raps en verder een ouderwetse Zefal-4 pomp. Onder het moto je kunt het maar beter bij je hebben, dacht ik dat dit voldoende moest zijn.  

05.45 uur de stempel in Cambronne-Les-Ribecourt en rijden maar. De eerste 80 kilometer tot de eerste controlle gaan met een gemiddelde van zo`n  ruim 30 km/uur. We hadden immers afgesproken samen met 4 te blijven en ook te genieten deze dag. Bij de post kon je werkelijk van alles krijgen om te eten of te drinken, dit was overigens bij elke post. Nadat we weer opgestapt waren merkte je dat de tegenwind sterker werd. De 1e kasseienstrook kwam pas na 99 kilometer en had nr 24 dus nog 24 te gaan. Ik wist waar deze begon en zette me in de laatste kilometer er voor aan kop van de groep, vol Italianen, Duitsers, Fransen, Belgen, Spanjaarden en vele Hollanders om vrij baan te hebben. Helaas liep ik daarbij de groep ervoor net in en moest geconcentreerd door het peloton slalommen om aan weer vrij zicht te hebben.

Na 500 meter kon ik echt gas geven en keek even op de teller die ik nog net van het stuur af zag breken en via mijn voorwiel in een diepe plas zag verdwijnen. Nou dat was een matig voorteken op de 1e strook. Alexander reed ook nog lek op deze strook en konden we naar 2200 meter al de balans opmaken: 1 lekke band en 1 teller weg, nog 23 stroken.

Intussen haalt een groep Italianen ons in alsof we stil staan, deze mannen rijden in een waaier met 30 man en vele zien we in de verte er afwapperen als de groep op de kant gezet wordt. De kunst is om je dan niet gek te laten maken, want het is nog ver.

Vlak voor de 2e rust bij Solesmes (114 km) kregen we nog even 2 stroken (22 & 21) bij elkaar van totaal 5200 meter pfff.  

Na wederom wat fourage vetrokken we vlot weer naar de volgende stroken en op strook 20 was het raak, 900 meter romeins straatwerk zorgde dat de 21ste eeuw techniek het zou begeven. Mijn achterpad met derailleur scheurde en Eric zijn zadelpen brak af. Even leek de groep gehalveerd, maar ja opgeven is het toch laatste. Via de volgwagen van Le Champion kan Eric weer verder met een nieuwe zadelpen en veoor mij reste de noodoplossing: Derailleur eraf, ketting inkorten en deze in rechte lijn strak op 53 x 16 monteren. Nu wist ik weer hoe handig het is om de man van Bike Totaal samen te fietsen. Eric kreeg het snel voor elkaar, alleen de ketting stond zo strak als een snaar. Ik kon gelukkig verder alleen met beperkingen, ik kon niet meer schakelen en de wegen waren echt ?Frans vlak?, maar het Velodrome in Roubaix halen was het doel dus trappen maar.

Met Warner fietste ik even voorruit om de fiets te testen tot de controlle, waarbij een fors tempo rijden op deze versnelling het lekkerste bleek. Op de vlakke kasseistroken ram ik met zo`n 35 ? 40 km/uur een lekker tempo met de handjes los op het stuur. Alleen om te herstellen mis ik mijn normale lichte cadans.    

Na de contolle van Raismes (148 km), kwam het beruchte bos van Wallers. Als je het nooit in het echt gezien hebt zul je het ook niet geloven, hier heeft men het gepresteerd om een onsamenhangende verzameling klerekeien in de buurt van elkaar te leggen. We hadden pech want ze hadden het gras ertussen niet gemaaid. Om mee te kunnen praten koos ik uiteraard  de rug van de weg(?) en niet het zandpad ernaast. Na de vraag van Alexander of ik op deze manier met mijn intussen invalide Bianchi Roubaix te halen koos ik toch eieren voor mijn geld en zwenkte ook maar naar het zandpad.    

De 4e controlle in Beuvry-La-Foret (186 km) bood Alexander even tijd om een losgelopen spaak te spannen. Hiervandaan was het maar 24 kilometer naar de volgende post in Attiches maar strook 11 en 10 hakten er voldoende in en intussen begonnen de kilometers met tegenwind te wegen.

De laatste etappe naar het Velodrome was nog 51 kilometer en 9 kasseistroken te gaan. Op het Carrefour de l`ambre nr.4 (2100 meter kassei) valt tijdens de profversie regelmatig de slag en dat is wel voor te stellen. Erg slecht wegdek en strook 5 ervoor en 3 er na zitten er vrijwel aan vast, ofwel ruim 5 kilometer rammelen. Gelukkig stond daar heel veel publiek en motiveerde dat om nog even te versnellen.

Na Pav?? de Hem nr. 2 reste nog de speiaal aangelegde 300 meter strook vlak voor de wielerbaan. Met kippevel op de armen stuur je over het bekende hupje de baan op en maakten we een ereronde met ons vieren en genoten van de ambiance.

Met op de teller 270 km een mooie ervaring rijker. Nog even gedoucht in de betonnen douchehokjes van de 19e eeuw, bedenk ik dan dat hier ook of gelopen jaar Backstedt net zo tevreden moet hebben gedoucht. Of mannen als Roger de Vlaeminck, Fausto Coppi, Hennie Kuiper en noem maar op. Elk douchehokje heeft z`n eigen naam van een illustere kampioen.

Voor ons geen naam op het hokje, maar deze geweldige ervaring nemen ze ons niet meer af.

Nog lekker napratend in bus, de fietsreparatie regelen bij Eric, immers 20 juni Gent-Wevelgem, rijden we terug naar Holland waar we rond middernacht aankomen.

In 2006 kun je het zelf ook ervaren, maar zorg dan wel dat je de plaatselijke fietsenmaker meeneemt.      

Voor een fotoverslag, zie: http://www.wtc-zeewolde.nl/fotoalbums/parijsroubaix2004/     

Rob


Ogenblik a.u.b. ...