Amstel Gold Race 2007

De tourversie van de Amstel Goldrace 2007 (21 april)  werd onder welhaast ideale weersomstandigheden verreden. Er was nagenoeg geen wolkje aan de lucht, de wind was zwak en de temparatuur aangenaam; verkoelend in de afdaling en oververhitting voorkomend in de klimmetjes.
Zo mooi zul je het eind april toch niet vaak treffen. Alleen de start was ijzig koud. Het had de avond tevoren nog licht gevroren en gekleed op zomers weer valt het dan 's ochtends vroeg niet mee om warm te worden. Sterker nog, de hele winter heb ik het niet zo koud gehad als toen Aart K. en ik om ongeveer 07.30 uur vanaf de camping in Schoonbron per fiets vertrokken naar de start in Valkenburg.
Vorig jaar hadden we nog met een heel gezelschap een aantal stacaravans op de camping afgehuurd. Maar vanwege de verschillende starttijden die ons als organisatorisch gevolg van de enorme belangstelling voor deze tocht waren toegedeeld (de Amstel Goldrace dreigt naar mijn smaak toch wel een beetje aan haar eigen succes ten onder te gaan) zat er dat dit jaar niet in. Zo kwam het dat alleen Aart K. en ik ons op de camping hebben voorbereid op de tocht, overnachtend in de bus van Aart. Een comfortabeler voorbereiding is denkbaar en het was ook minder romantisch dan sommigen onder jullie schijnen te denken. Maar het heeft toch wel iets, dat enigszins primitieve gedoe in zo'n bus. Mooi, als je dan na een half doorwaakte nacht rillend van de kou 's ochtends de schuifdeur opendoet en voor je het berijpte gras ziet, met op de achtergrond de plaatselijke heuvel. Zoiets moet je vaker doen, al was het maar om het gewone comfort weer op waarde te schatten.  
 
In Valkenburg ontmoetten wij volgens afspraak Alexander en Jan-Willem om gezamelijk de tocht van 150 km. te gaan rijden. Bij het vertrek om iets over achten was het gelukkig alweer iets warmer geworden, zodat dat lijden alvast achter de rug was. Nu kon het andere lijden beginnen.
Mede (maar niet alleen) vanwege de mooie weersomstandigheden had ik mij echter voorgenomen om dat lijden binnen de perken te houden. Ik wilde er eens goed voor gaan zitten en van genieten. Niet alleen maar turen naar het asfalt op de meters voor je, het achterwiel van je voorganger nauwlettend in de gaten houdend, maar ook om me heen kijken en de omgeving in mij opnemen 
En zo is het ook gegaan. Indachtig mijn voornemen liet ik mijn teamgenoten maar wat uitrazen en genoot ik onderwijl van de tocht. Toen ik ze weer trof op het drielandendpunt, amechtig uitblazend in de zon meende Alexander dat ik wel niet in staat zou zijn  om hem bij te houden. Op de Eyserbosweg, een van de gemeenste klimmetjes van het parcours, hielp ik hem uit die droom. Ik had gewoon zitten genieten en dat kost nu eenmaal wat tijd. Jammer, dat hij het niet kon laten om demarerend alsnog als eerste de top te halen. Maar ach, ik was niet in de stemming om hem dat genoegen te ontnemen. Helaas dacht hij toen weer dat ik hem in zijn demarage niet had kunnen bijhouden. In die waan heb ik hem maar gelaten. Het houdt een keer op. 
 
Wie een verhaal verwacht van bloed, zweer en tranen moet ik dus teleurstellen. Alleen zweet was er volop. De wet van verlies van energie liet zich weer eens gelden; de energie die je je bespaart tijdens de afdalingen verlies je dubbel en dwars tijdens het klimmen. En helaas, je moet evenveel klimmen als je afdaalt.
Enigszins frustrerend bij die activiteit van het klimmen is wel dat je op momenten waarop je denkt dat je toch lekker heuvelop aan het fietsen bent, steevast voorbij gesjeesd wordt door allerhande types waaronder (af en toe) mensen van je eigen leeftijd met nog grotere buiken. Een neiging om er dan maar mee op te houden, mij afvragend wat ik toch allemaal aan het doen ben, waartoe die verspilling van energie nu eigenlijk leidt, moet ik dan toch wel eens onderdrukken. Gelukkig krijgt dan de moraal weer de overhand en herinner ik mijzelf eraan dat ik er toch van zou genieten. En dat doe ik dan vervolgens maar weer, al zijn er momenten -ik geef het toe- dat dit zelfs met zulk mooi weer niet meevalt. En je jezelf erop betrapt dat je toch weer naar het asfalt aan het turen bent en naar het wiel van je voorganger.
   
Maar mooi was het, die vergezichten als je het plateau weer eens had bereikt, de rustieke dorpjes waar het fietserslint zich doorheen slingert en de bloeiende bloesembomen.
Zeker de eerste 50 kilometer tot aan de eerste verversingspost is het aangenaam fietsen met her en der een hellinkje, maar toch vooral glooiend landschap waarop het aangenaam fietsen is. Vanaf die verversing tot aan de finish wordt het allemaal wat gemener, maar levensbedreigend is het niet. Niettemin, de zogenaamde "hellen" hier in de omgeving ( de hel van Laren, de hel van Wageningen, de hel van de Posbank en weet ik veel hoe ze verder ook allemaal heten; alleen de hel van Zeewolde ontbreekt nog, dus wie werpt hier eens flinke heuvel op) zijn toch hemels vergeleken met de beklimmingen in het zuiden des lands. Een beklimming van zo'n vijf kilometer bij Camerig, gevolgd door een beklimming van zo'n drie kilometer bij het drielandenpunt met heuse haarspeldbochten, kom daar hier maar eens om. En dan aan het einde van de tocht zo'n valse kuitenbijter als de Keutenberg, nou dan heb je je portie voor de dag wel weer gehad. Dan blijft er voor Fikkie niet veel meer over.
Jammer dat we de finish niet fietsend heb gehaald. Zo'n driehonderd meter voor de top van de Cauberg kwamen we al in de finishfuik terecht en moesten we afstappen, zo druk was het er. Zoals ik als zei, de AGR dreigt toch wel onder haar succes te bezwijken. Zeer goed verzorgd, maar toch ook wel erg commercieel. Zo was er dit jaar alleen Isostar te drinken met een nieuw smaakje. Op zich natuurlijk luxe voor iemand als ik die alleen maar water of limonade in zijn bidon doet, maar een commercieel smaakje zit dan toch wel aan zo'n drankje.
Volgend jaar misschien toch maar eens omzien naar een andere tocht door het Limburgse heuvellandschap, want het fietsen daar is voor een polderjongen toch wel een mooie belevenis. 
Na afloop hebben we gevieren nog nagenoten op het terras van de camping, tot de zon schuilging, het kouder werd en wij weer thuis werden verwacht.
Uitgeblust, maar tevreden keerden wij huiswaarts. 
En hetzelfde zal ongetwijfeld hebben gegolden voor onze andere clubleden die aan de AGR hebben deelgenomen en van wie wij enkelen onderweg nog zijn tegengekomen. 
In het bijzonder denk ik dan aan Theo en Hans, die een uur eerder waren vertrokken en volgens mij nog steeds rillend van de kou op hun fiets zaten toen wij hun (vlak bij de finish) achterhaalden. En aan Frank Scheffer die wij bij de start tegenkwamen en die ons vlak voor de finish monter weer inhaalde terwijl hij er toen al zo'n 250 kilometer op had zitten. Verschil moet er zijn, dacht ik toen, maar zo groot hoeft nou ook weer niet.
 
Onno Mulder

Ogenblik a.u.b. ...