Succesvol weekend voor Eric en Frank in St. Tropez

Op zondag 15 april stond de Gran Fondo Saint Tropez op het programma, een wedstrijd over 176 km en 2600 hm. Eric Woltheus, Jos Kaal (geen lid WTC, samen 11-steden geschaatst) en ik vlogen op Nice om vervolgens bij St Tropez in een stacaravan te verblijven. We sloten hier aan te sluiten bij het programma dat Cycloteam.nl had georganiseerd. In totaal waren 50 man en vrouw, grotendeels per bus, vanuit Nederland afgereisd. We verbleven in naast elkaar gelegen goed ingerichte stacaravans en hadden een centrale plaats waar gekookt en gegeten werd. Super gezellig. Het was een gevarieerde groep, van toprenners die elke week voorin elitekoersen criterium en klassiekers rijden, tot recreanten, die weinig fietsen.
Maar het gespreksonderwerp was wel uniform: fietsen. De belg Peter was er bij, die vorig jaar ondanks een lekke band goed voorin eindigde. De Veltec renner Dimitri reed vorig jaar ook sterk maar had verderop in het seizoen pechmomenten. Corne, een jonge gozer, beresterk en recent enkele malen voorin elitewedstrijden geëindigd. De broertjes de Jong, waarvan Rob de bekende website Cyclobenelux.nl beheert. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Eén grote familie, waarvan ik een groot deel al bij eerdere fietsevenementen heb leren kennen.

De dag van tevoren werd St Tropez verkend en vond de inschrijving plaats. De weersvoorspelling was matig met kans op regen. Maar uiteindelijk zaten Eric en ik met Jos (de sterke top amateur) en Mark Keijsers (Gaul renner met wie we de caravan deelden) in het zonnetje te bakken op het terras aan de haven met de bekende patserige boten.
De zaterdagavond stond uiteraard pasta op het programma. Die werd dan ook in grote hoeveelheden verorberd. De fietsen werden in gereedheid gebracht. De strategie bepaald. Hoe wordt het koersverloop? Moet je zorgen dat je helemaal voorin zit en met elke ontsnapping mee gaan, of gok je erop dat de boel wel bij elkaar blijft en tij je ontspannen achterin de groep? Dat laatste lijkt mijn ervaren wedstrijdvriendjes geen goed idee. Gewoon meegaan zolang je kunt. Als je in het begin de slag mist kom je er zeker nooit meer bij. Dit had ik inderdaad vorig jaar ook ondervonden.

Welke concurrenten zijn er? Grintarenners uit Belgie lijken voor de topposities te gaan. Ook enkele Italianen die kansrijk lijken. De Nederlandse cyclotopper Sjef staat ook op de lijst. Het beloofd allemaal erg druk te worden voorin het veld.
Zoals gebruikelijk voor een wedstrijd staat de wekker erg vroeg. Althans; bij de collega renners. Eric en ik probeerden ons nog even om te draaien. Om 6 uur aan tafel is ook wel erg vroeg. Mijn maag is nog vol van de avond er voor, en ik ben ook niet gewend om voor de wedstrijd echt te eten. Dus blijf ik nog even warm in bed liggen. Rond 7 uur word ik pas echt actief. De stress zit er bij de anderen goed in en het toilet maakt overuren.
Uiteindelijk kachelen we bibberend van de kou, maar gelukkig wel in een opkomend zonnetje, naar de start.

De start is pas om 8:00. Alles bij elkaar zo’n 750 deelnemers schat ik, deels ook voor de korte afstand van 135 km.
Zoals verwacht gaat de meute er in rap tempo vandoor. De eerste 33 km is het duwen en trekken. Erg vermoeiend die continue concentratie op je directe omgeving. Zorgen dan je overeind blijft. En wanneer je iets te ver achterin wordt teruggedrongen er links of recht voorbij zien te komen. De eerste 2 colletjes van 150 en 130 m hoog leveren een lint op, maar nog geen breuk in het peloton. Eric heeft al snel gezien dat 45 km/uur op vlakke stukken te veel van het goede is en past zijn snelheid aan. Pas in de klim naar de Col du Canadel, waar het 240 m omhoog gaat, komt’t er echt op aan. Ik kom aan’t elastiek van een kopgroep van 15. De hartslag loopt sterk op tot bijna 10 slagen boven het omslagpunt. Het geleverde vermogen schommelt tussen de 360 en 420 Watt. Op zo’n moment hekel ik de 2 volle 0,75 l bidonnen en het overtollig vet op beuk en billen. Op zich voelen de benen goed, maar het gaat gewoon te hard. Op 15 seconden achterstand kom ik boven. Van Cycloteam zit alleen Leon bij de kopgroep, die echter niet doortrekt en na nog geen km kan ik alweer aansluiten. Op zo’n moment hoop je dat er weer tempo wordt gemaakt, maar het viel stil. De groep weet uit te dijen van 20 naar zeker 60 man. Moet je verdorie weer trekken en duwen voor je positie. De omgeving is erg mooi, we kijken vanaf de heuvels zo de Middellandse zee in. De zon schijnt en het is perfect fietsweer. De mouwstukken kunnen opgestroopt worden.

Het gaat op en af. De snelheid is zeer wisselend. Tot mijn frustratie wordt er regelmatig gedemarreerd, korte aanvallen waarbij de hartslag moet pieken om bij te blijven en vervolgens valt de boel stil tot wandeltempo. Iedereen komt dan helaas weer terug en de energie is verspilt. Dan springt er een Grinta renner weg. Ik zit op de 3e rij. Leon op de 1e, en hij demarreert er met nog een ander achteraan. Verder wordt er niet gereageerd. Het tempo valt stil en mijn Cycloteammaten Dimitri, Jos, Peter en Corne hebben uiteraard ook geen ambities om gas te geven. De finish is ook nog ver. We komen over de Col du Babaou (414 hm). Dan volgt de afdaling naar Collobrieres waarin het peloton in 2 stukken breekt. Bij de voorste 25 man begin ik de lange klim naar de Notre-Dame-des Anges (680 hm). Hier moet het allemaal gebeuren. Het gaat best hard omhoog. De grote groep breekt in stukken, globaal een 5 man voorop, daarna een paar enkelingen en dan weer 7 man. Plots doemt Leon op. Hij staat geparkeerd. Heeft de aanvalslust moeten bekopen en is de man met de hamer tegengekomen. Niet vreemd, gezien zijn inspanningen bij de organisatie van dit Cycloteamevenement. Even denk ik nog mijn aanstaande Transalpmaatje te gaan duwen, maar het is nog veel te ver naar de top. Ik moet hem achterlaten.
De 7 man voor me blijven in zicht. Ik koester hoop ze in te halen. Dat lijkt even te lukken wanneer een 2 tal iets achterop lijkt te raken. Een Grinta-renner weet echter vlak na een bocht gebruik te maken van zijn ploegleiderswagen en zit ineens weer 50 m voor me. Beneden me is Jos te zien op behoorlijke achterstand. Ik passeer de top en schakel bij. De mathot is een geschikte stijve fiets om mee te dalen, en de Zipp wielen maken mooi geluid. Veel bochten, veel bomen, het gaat snel, maar ik weet dat het resultaat gering zal zijn. De groep is uit zicht en kan niet meer achterhaald worden. Bijna beneden duikt met hoge snelheid een Lightweight-renner op achter me, met een andere fransman in zijn wiel. Ik besluit met deze jonge knul samen te werken om uit de greep van achtervolgers te blijven.

En zo kon het gebeuren dat ik de 1e renner van Cycloteam was, en dus motorbegeleiding kreeg. Niet verkeerd. Alleen had ik gezorgd voor eigen drinken en moest dus wel 10x het aanbod van een bidon afslaan.
In oplopende stukken doe ik vooral het kopwerk, maar naar beneden en vlak weet deze Louis-paul ook goed door te trekken. We rijden omhoog naar La Garde Freinet op 340 hm. In een lange bocht zie ik beneden me op een dikke minuut 8 man volle bak achter ons aan jagen. Oeps, er moet nog een tandje bij geschakeld worden. Met 2 fransen in mijn wiel kom ik boven, nog 70 km (slechts!) te gaan. De afdaling die vorig jaar tot een sleutelbeenbreuk leidde begint.
Dit maal fiets ik vooral zelf op kop. Met 1 doel; zo hard mogelijk naar de finish zonder ingehaald te worden. Nog wat slokken water en een banaan en vol gas geven. De benen zijn sterk en dat blijven ze gelukkig tot het einde. De 2e fransman komt nauwelijks op kop en Louis-paul begint ook vermoeid te raken.

Ik blijf me sterk voelen. Haal op vlakke stukken regelmatig de 40 km/uur, en licht omhoog zelfs de 30. Mijn motorbegeleider geeft door dat het gat op de achtervolgende groep groter wordt. Dat geeft iets meer rust en vertrouwen dat ik dit kunstje tot een goed einde ga brengen.
Op enkele minuten voor me rijden 8 man samen en die haal ik ook echt niet meer in. Op een kleine 10 km voor de finish ligt de laatste heuvel, nog een 150 m omhoog. Met redelijk gemak daal ik af, de 2 fransen in mijn wiel. In de laatste km’s geef ik de kop af en toe over,
maar er komt geen snelheid meer uit. Dus met 2 fransen in mijn wiel ga ik de sprint aan. Iets te licht verzet, maar geen tijd meer om te schakelen, ik voel ze naast me komen, ik zie de streep en de 2e fransman lijkt me voorbij te gaan. Met een push waarbij ik bijna achter van de fiets val lijk ik wel een echte sprinter. Ik denk dat ik verslagen ben, door die verrekte profiteur.

Gelukkig blijkt later dat ik op 2/100e seconde gewonnen heb. Louis-paul zat daar weer 20/100e seconde achter.

Het resultaat van dit alles: een 16e plaats overall, in 05:11:54:78, gemiddelde van 34,4 km/uur. Op 13 minuten achter winnaar Bart Deurbroeck (grinta-renner uit Belgie). Een 8 man grote groep zat op 4,5 minuut voor me.
 
In een lekker zonnetje rijden we terug naar de caravan. Eric is nog onderweg, maar weet in 07:09:39 te finishen. Nog voordat donkere onweerswolken regen en kou in de heuvels brengen.
Terug bij de caravans nog even de finale van de Amstel Gold bekeken. Mooi; al die analyses van de kenners. Ook de belgen hebben duidelijke meningen die de lachspieren pijn doen. In Philippe Gilbert geloven ze niet. Op de Cauberg was’t erg spannend, en’t leek wel een EK voetbal finale met Nederland.
 
In de avond is het gedaan met de pret en vliegen we terug naar Rotterdam. Er moet op maandagmorgenvroeg weer gewerkt worden.

Frank Scheffer en Eric Woltheus.



Ogenblik a.u.b. ...